Archieven

Schoudergewricht

Bij een instabiel of ontstoken schoudergewricht en bij luxatie of subluxatie van de schouder is meestal ondersteuning van de arm nodig. Het geheel of gedeeltelijk ‘uit de kom’ gaan van de bovenarm kan verband houden met een hemiplegie, een halfzijdige verlamming, een plexuslaesie of een neurologische uitval.
In het schoudergewricht kunnen ook slijtageverschijnselen optreden.

CMC1 artrose

CMC1 artrose: Slijtage van het kraakbeen van het carpometacarpale (basisgewricht) van de duim, met pijn, krachtsverlies en verstijving van het gewricht tot gevolg.

MCP1 bandletsel

bandletsel: Metacarpofalangeale. Letsel aan de binnenband van het onderste gewricht van de duim, veelal veroorzaakt door een val op de hand. Ook wel ‘skiduim’ genoemd. Er is een chronische variant die als de ‘jachtopzienersduim’ door het leven gaat.

Radiale parese

Radiale parese: Compressie van de zenuw tegen de humerus, het opperarmbeen. De aandoening kan bijvoorbeeld optreden wanneer een arm gedurende lange tijd over de rugleuning van een stoel heeft gehangen.

RSI: CANS Complaint of Arm, Neck and/or Schoulder

Arm-, net- en/of schouderklachten die voorheen wel met RSI werden aangeduid. Ze hebben te maken met het gedurende lange tijd herhaaldelijk uitvoeren van dezelfde, soms kleine en op zich niet inspannend lijkende bewegingen. Met CANS samenhangende aandoeningen zijn onder andere slijmbeursontsteking en peesschede-ontsteking.

Zwaardere artrose en artritis

Bij artrose is het kraakbeen rond de handwortelbeentjes versleten, waarbij bot-tot-botcontact ontstaat. Reumatoïde artritis is een chronische gewrichtsontsteking, een auto-immuunziekte.